Kort antwoord
Bij een sondering wordt een stalen staaf met een conus met constante snelheid de grond in gedrukt, terwijl de weerstand aan de punt en de wrijving langs de schacht worden gemeten. De grafiek laat per centimeter zien waar veen, klei en zand zitten en hoe stevig het zand is. Dat bepaalt of een aanbouw op staal kan of palen nodig heeft, en hoe lang die palen worden. Een sondering kost indicatief € 500 tot € 1.500 incl. btw; op veel plekken zijn bovendien gratis openbare sonderingen beschikbaar via de Basisregistratie Ondergrond.
Wat sonderen is
Sonderen is de Nederlandse standaardmethode om de ondergrond te meten; internationaal heet het cone penetration test (CPT). Een sondeerwagen of een compacte sondeerrups drukt een stalen staaf met een conus van 10 vierkante centimeter met 2 centimeter per seconde de grond in. In de conus zitten sensoren die continu twee dingen meten: de conusweerstand (hoeveel kracht het kost om de punt door de grond te drukken, in megapascal) en de plaatselijke wrijving langs een mantel vlak boven de punt. Vaak wordt ook de waterspanning gemeten.
Het resultaat is een grafiek met de diepte verticaal en de weerstand horizontaal. Zand geeft hoge conusweerstand en lage wrijving, klei lage weerstand en relatief hoge wrijving, veen heel lage weerstand met hoge wrijving. Het wrijvingsgetal (wrijving gedeeld door conusweerstand, in procenten) maakt het onderscheid: onder 1% is zand, 1 tot 3% is klei of leem, boven 3 tot 5% is veen. Een geoefend oog leest zo in één blik de opbouw van de bodem tot 20 of 30 meter diep.
Zo leest u de grafiek
Een sondering uit het westen van het land ziet er typisch zo uit: bovenin een halve tot anderhalve meter met wisselende weerstand (opgebrachte grond, tuingrond, soms puin), dan een lange zone met conusweerstand onder 1 megapascal (veen en slappe klei), soms een tussenlaag zand van een paar meter (een oude kreekrug of zandbaan), en op 10 tot 20 meter een scherpe sprong naar 10, 15, 20 megapascal of meer: het pleistocene zand, de laag waar in heel West-Nederland de palen op staan.
Een sondering uit Brabant of de Veluwe is korter en saaier: al op een halve meter een conusweerstand van 5 tot 15 megapascal die naar beneden toe oploopt. Dat is de grond waar op staal kan worden gefundeerd. Twee getallen om te onthouden: op 1 tot 2 meter diepte 10 megapascal of meer is een goed teken voor fundering op staal; palen worden ontworpen op de laag waar de weerstand duurzaam boven de 10 tot 15 megapascal blijft.
Hoeveel sonderingen, en waar
Voor een aanbouw of uitbouw volstaat meestal één sondering op de plek van de aanbouw, soms twee bij een grotere of L-vormige aanbouw of als de bodem in de buurt bekend grillig is. De sondeerrups is compact (circa 80 centimeter breed) en komt door de meeste achteroms; de sondering zelf duurt een uur. De richtlijnen voor funderingsontwerp (NEN 9997-1, de Nederlandse uitwerking van Eurocode 7) schrijven voor hoeveel sonderingen bij welke oppervlakte nodig zijn; voor kleine bouwwerken is één sondering binnen 25 meter van elk funderingsdeel een gangbare ondergrens.
Soms is sonderen niet nodig. De Basisregistratie Ondergrond (BRO, te raadplegen via het DINOloket en het BROloket) bevat honderdduizenden openbare sonderingen van eerdere bouwprojecten. Ligt er een recente sondering binnen enkele tientallen meters, in dezelfde geologische situatie, dan mag de constructeur die vaak gebruiken. Ook de sonderingen van de oorspronkelijke bouw van de woning (in het bouwdossier bij de gemeente) zijn bruikbaar. Op zandgronden met een bekende, gelijkmatige bodem volstaat soms een proefsleuf.
Van sondering naar funderingsadvies
De sondering is data; het funderingsadvies is de vertaling. De constructeur of geotechnisch adviseur bepaalt daarin: het funderingstype (staal of palen), bij staal de toelaatbare gronddruk en de aanlegdiepte, bij palen het paaltype, de paalpuntniveau (de diepte van de punt), het draagvermogen per paal en daaruit het aantal palen. Daarbij wordt gerekend met de belasting van de aanbouw (eigen gewicht, sneeuw, mensen en meubels) en met veiligheidsfactoren uit de norm. Negatieve kleef wordt meegenomen: in zettende klei en veen hangt de grond aan de paal en trekt die omlaag, wat extra draagvermogen vraagt.
Het advies is ook het document dat de gemeente of de kwaliteitsborger wil zien bij een bouwmelding of vergunningaanvraag, en dat de aannemer nodig heeft om de fundering te prijzen. Zonder sondering is elke funderingsofferte een gok met een stelpost; met sondering is het een vaste prijs. Daarom hoort sonderen bij ons standaard in de voorbereiding, vóór de definitieve offerte.
Kosten
De kosten van sonderen zijn klein ten opzichte van de fundering zelf, en ze voorkomen de twee duurste fouten: een te lichte fundering die later verzakt, of een te zware fundering die onnodig geld kost.
Schuif opzij voor de hele tabel →
Praktisch: zo bereidt u het voor
Een sondering vraagt weinig van u, maar deze punten versnellen het.
- Zoek de bouwtekening en eventuele sonderingen van uw woning op in het bouwarchief van de gemeente
- Kijk in het DINOloket of BROloket of er al sonderingen bij u in de straat liggen
- Maak de plek van de aanbouw bereikbaar: schuur leeg, tegels eventueel opnemen, poort open
- Meld kabels en leidingen: de sondeerder doet een KLIC-melding, maar een eigen tuinverlichtingskabel of regenwaterafvoer kent alleen u
- Vraag het rapport digitaal op; de constructeur werkt met het bestand, niet met een foto
Veelgestelde vragen
Is een sondering verplicht voor een aanbouw?
Niet letterlijk, maar de constructeur moet aantonen dat de fundering voldoende draagt, en zonder gegevens over de ondergrond kan dat niet. Soms volstaan openbare sonderingen uit de Basisregistratie Ondergrond of de sonderingen van de oorspronkelijke bouw; anders wordt er één gemaakt.
Wat kost een sondering?
Indicatief € 500 tot € 900 incl. btw voor één sondering tot 20 à 25 meter op een goed bereikbare plek, inclusief rapport; een tweede op dezelfde dag € 250 tot € 450. Slechte bereikbaarheid maakt het duurder. Het funderingsadvies van de constructeur komt daar bij.
Hoe diep gaat een sondering?
Tot de conus vastloopt of tot de gewenste diepte, meestal 20 tot 30 meter. Voor palen moet de sondering minstens enkele meters in de draagkrachtige zandlaag doorlopen, zodat de constructeur zeker weet dat die laag dik genoeg is.
Kan ik zelf zien of ik palen nodig heb?
Grofweg wel: staat uw woning op palen (vaak te zien aan de bouwtekening of simpelweg aan de regio: West- en Noord-Nederland), dan krijgt de aanbouw ook palen. Staat uw woning op staal op zandgrond, dan kan de aanbouw dat meestal ook. De sondering en de constructeur geven het definitieve antwoord.
Wat is negatieve kleef?
In zettende klei- en veenlagen zakt de grond langzaam en hangt daarbij aan de paal, waardoor hij de paal omlaag trekt in plaats van hem te dragen. De constructeur telt die kracht op bij de belasting; daardoor hebben palen in veengebieden meer draagvermogen nodig dan het gewicht van de aanbouw alleen.


