Kort antwoord
Een kruipruimte vullen met schuimbeton is verstandig als de houten vloer slecht is, de kruipruimte vochtig of laag is en u van kou en muffe lucht af wilt. Leidingen gaan vooraf in mantelbuizen, de bodem wordt opgeschoond en het schuimbeton wordt in één dag gepompt. Het is géén oplossing voor een kruipruimte die onder water staat of voor een vloer die u wilt behouden.
Waarom een kruipruimte vullen?
De kruipruimte onder een oudere woning is vaak de bron van problemen in huis: optrekkend vocht, een muffe geur, koude vloeren en in het ergste geval houtrot of zwam in de balklaag. Ventileren en een bodemafsluiting met folie of schelpen helpen, maar nemen het probleem niet weg als de houten vloer zelf aan vervanging toe is.
Door de kruipruimte te vullen met schuimbeton verdwijnt de vochtige holle ruimte onder de vloer. De nieuwe vloer ligt direct op een droge, isolerende massa. Dat is in de meeste gevallen de reden om te kiezen voor een houten vloer vervangen door schuimbeton in plaats van een vrijdragende systeemvloer.
Wanneer is vullen verstandig?
Vullen is de juiste keuze in de volgende situaties.
- De houten vloer veert, kraakt of is aangetast en moet toch vervangen worden.
- De kruipruimte is laag (minder dan 60 cm) en moeilijk bereikbaar voor isolatie of herstel.
- De kruipruimte is vochtig, maar staat niet structureel onder water.
- U wilt vloerverwarming en een hoge isolatiewaarde zonder de vloerhoogte veel te verhogen.
- Er liggen veel oude leidingen die u toch wilt vervangen.
Wanneer beter niet?
Er zijn situaties waarin vullen met schuimbeton geen goed idee is of eerst ander werk vraagt.
- De kruipruimte staat regelmatig blank door een hoge grondwaterstand. Dan eerst drainage of een andere aanpak.
- De houten vloer is gezond en u wilt die behouden: kies dan voor isolatie tegen de onderkant van de vloer of een bodemisolatie.
- U wilt de kruipruimte bereikbaar houden voor toekomstige leidingen of installaties: kies dan een systeemvloer.
- De fundering is in slechte staat: eerst funderingsonderzoek, daarna pas een nieuwe vloer.
- Er zit asbest in de kruipruimte, bijvoorbeeld in leidingisolatie of restanten: eerst laten saneren met sloopmelding.
Leidingen, riolering en meterkast
Vóór het vullen worden alle leidingen in de kruipruimte beoordeeld. Oude gietijzeren riolering, loden waterleidingen en gasleidingen zonder afsluiter worden nu vervangen; na het vullen kan dat niet meer zonder hakwerk. Nieuwe leidingen gaan in mantelbuizen, zodat een waterleiding of elektrakabel later nog doorgetrokken of vervangen kan worden.
De riolering komt op afschot in het schuimbeton te liggen, met een ontstoppingsstuk op een bereikbare plek. De aansluitingen bij de meterkast, de keuken en het toilet worden boven de nieuwe vloer afgewerkt. Een kruipluik is daarna niet meer nodig, tenzij een deel van de kruipruimte (bijvoorbeeld onder de gang) open blijft.
Ventilatie en vocht na het vullen
Na het vullen vervalt de functie van de ventilatieroosters in de gevel grotendeels. Blijft een deel van de kruipruimte open, dan houdt dat deel zijn ventilatie. De gevelroosters zelf blijven zitten; dichtmetselen is niet nodig.
Schuimbeton bevat veel aanmaakwater. In de eerste weken verdampt dat naar boven. Daarom komt de dekvloer pas na ongeveer een week en de vloerafwerking pas als de dekvloer droog genoeg is. Een vochtmeting voorkomt problemen met PVC-lijm of parket.
Hoe dik en hoeveel kuub?
De laagdikte volgt uit de hoogte van de kruipruimte: meestal 40 tot 80 cm. Het schuimbeton vult tot een afgesproken peil; daarboven komen een isolatielaag en een dekvloer van samen ongeveer 10 tot 15 cm. De bovenkant van de nieuwe vloer sluit aan op de bestaande vloerhoogte, zodat deuren en dorpels blijven kloppen.
Rekenvoorbeeld: 45 m² met een kruipruimte van 60 cm, waarvan 45 cm schuimbeton, 7 cm PIR en 6 cm dekvloer. Dat is ongeveer 20 m³ schuimbeton, bij elkaar € 1.800 tot € 2.800 aan materiaal en pompen. De volledige kosten per m² vindt u in het kostenartikel over schuimbeton.
Het werk in stappen
Een kruipruimte vullen met schuimbeton verloopt in een vaste volgorde en duurt voor een gemiddelde benedenverdieping één tot twee weken, exclusief droogtijd.
- Ruimten leeg, plinten en binnendeuren verwijderen, eventueel de keuken demonteren.
- Houten vloer en balklaag slopen en afvoeren; de kruipruimte opschonen.
- Leidingen vernieuwen en in mantelbuizen leggen, riolering op afschot.
- Peil uitzetten, randen afdichten, pompslang naar binnen.
- Schuimbeton pompen tot peil; één dag voor een rijwoning.
- Na circa een week: isolatieplaten en dekvloer, eventueel met vloerverwarming.
- Na droogtijd van de dekvloer: PVC, tegels of parket.
Veelgestelde vragen
Kan ik mijn kruipruimte laten vullen zonder de vloer te vervangen?
Nee, niet met schuimbeton. Vullen gebeurt vanaf boven nadat de houten vloer is verwijderd. Wilt u de houten vloer behouden, kies dan voor isolatie onder de vloer of een bodemafsluiting.
Hoe zit het met leidingen na het vullen?
Alle leidingen worden vooraf beoordeeld, waar nodig vervangen en in mantelbuizen gelegd. Daardoor blijven water- en elektraleidingen vervangbaar. De riolering ligt op afschot met een ontstoppingsstuk.
Moet de kruipruimte na het vullen nog geventileerd worden?
Alleen de delen die open blijven. De gevelroosters mogen blijven zitten. De gevulde ruimte heeft geen ventilatie meer nodig.
Hoe dik moet een laag schuimbeton zijn?
Zo dik als de kruipruimte hoog is, minus de ruimte voor isolatie en dekvloer: meestal 40 tot 80 cm. Dikker isoleert beter maar kost meer kuub.
Wat als de kruipruimte onder water staat?
Dan is schuimbeton niet direct de oplossing. Eerst de oorzaak aanpakken (drainage, lekkage, grondwater) en daarna beoordelen of vullen verstandig is.